Ouderschapskennis
 Ouderschapskennis
 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!


[ advertenties ]

Auteurs

Richtlijnen en checklist voor het inzenden van kopij
 
Compleet inzenden
Tekst met:
- naam, titel, adressen, email, telefoonnummer, functies enz. van de auteur(s), en contactadres van hoofdauteur
- titel en samenvatting (maximaal 100 woorden) met drie trefwoorden
- literatuurlijst
- schema’s, tabellen e.d.
- kopjes en subkopjes onderscheiden door nummering volgens het Dewey Decimal System: 1.1  1.2  2.1  2.2.1 enz. (Wordt niet gedrukt)

schrijfwijze
- geen afkortingen: ‘o.a.’, ‘bijv.’, ‘e.d.’ voluit
- hoofdlettercombinaties altijd zonder puntjes: VKJP
- getallen tot 21 voluit, behalve jaartallen, i.q.-scores, geldbedragen en data

noten
- in de tekst verwerken
- nooit voetnoten
- indien nodig, eindnoten in de tekst aangeven met (noot 6) en aan het eind van de tekst toevoegen onder kopje ‘Noten’. Niet automatisch nummeren

aanhalingstekens dubbele en enkele
- Vader antwoordde: ‘Ik zeg nooit “Kop dicht!” tegen de kinderen.’

literatuurverwijzingen in de tekst
- .. dit bedoelt ook De Zwart (1986) als hij ...
- na letterlijk citaat: (De Zwart, 1986, pp.1-5)
- hoofdletter bij namen met ‘van’ of ‘de’: Van Galen en De Zwart
- bij meer titels van dezelfde auteur uit hetzelfde jaar: een kleine letter toevoegen aan het jaartal: De Zwart (1986a)
- chronologische volgorde bij verwijzing naar meer titels tegelijk
- bij meer dan twee auteurs bij zelfde titel: De Zwart e.a.

casuïstiek
- gegevens die een cliënt herkenbaar kunnen maken worden gewijzigd of achterwege gelaten
- denigrerend of ironisch woordgebruik is niet toelaatbaar

literatuurlijst
- met anderhalve regelafstand
- op alfabet
- artikel: Achternaam/,/Initialen/(1999)/./Titel artikel/./Naam Tijdschrift Cursief/jaargang/,/nummer/:/paginanummers/.
Of, als per jaargang wordt doorgenummerd: jaargang cursief /:/paginanummers/.
- boek: Achternaam/,/Initialen/(1999)/./Titel boek cursief/./Plaatsnaam/:/ Naam Uitgever/.
- artikel uit bundel: Achternaam/,/Initialen/(1999)/./Titel artikel/./ In/Initialen redacteur boek/Achternaam redacteur/(red.)/,/
Titel boek cursief/./Plaatsnaam/:/Naam Uitgever/.

tabellen, schema’s en tekeningen
- ook in aparte bestanden aanleveren
- apart en duidelijk nummeren
- in de tekst de juiste plaats aangeven met witregels en daarin het nummer en het bijbehorend onderschrift

Binnen een maand krijgt de auteur een bericht van ontvangst, en informatie over de redactionele procedure.
Ongevraagde, niet-publicabele manuscripten, zoals scripties, worden na lezing alleen geretourneerd als ze zijn voorzien van een geadresseerde en gefrankeerde retourenveloppe (indien via de post aangeleverd) 
De auteur verplicht zich om een manuscript tijdens de beoordelingsfase niet aan een ander tijdschrift aan te bieden, ook niet in licht gewijzigde vorm. Hij verklaart daarmee tevens dat de tekst oorspronkelijk is en niet ook elders gepubliceerd wordt, tenzij dat staat vermeld in de aanbiedingsbrief.
De Redactie heeft een inspanningsverplichting ten aanzien van een manuscript dat in principe is geaccepteerd, maar is op geen enkel moment gehouden tot publicatie daarvan.
De Redactie is niet aansprakelijk voor uitspraken van auteurs, noch voor eventuele schending van het beroepsgeheim.
De auteur vrijwaart de Redactie en de Uitgever van aanspraken in welke vorm ook van derden op het geheel of op gedeelten van het werk.
De auteur ontvangt twee nummers.
Redactieleden zijn graag bereid beginnende auteurs te ondersteunen bij het publicabel maken van een tekst.
Vragen kunt u stellen aan het redactiesecretariaat: redactie@ouderbegeleiding.nl

U kunt uw bijdrage ook direct via ons redactiesysteem aan de redactie kenbaar maken:

 


zie ook:
richtlijn voor recensies
richtlijn vermijden sexistisch taalgebruik
richtlijn voor het anonimiseren van cliëntengegevens


 

 

Richtlijn vermijden sexistisch taalgebruik

Joop Hellendoorn
1998


De APA stelt in het Publication Manual dat er sprake is van ‘sexist bias’  als alleen het mannelijk (of alleen vrouwelijk) persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord hij (zij), zijn (haar), wordt gebruikt terwijl beide sexen bedoeld worden; en ook als de mannelijke of vrouwelijke vorm wordt gebruikt voor een rol die of een beroep dat door beide sexen kan worden uitgeoefend (politieman, verpleegster). Omdat de voornaamwoorden in de praktijk de meeste problemen opleveren, geven we hieronder met een aantal voorbeelden weer hoe sexistisch taalgebruik kan worden vermeden, zonder te vervallen in het lelijke hij/zij. Hoewel het toepassen van de richtlijnen in het begin wat moeite kost, leert de ervaring dat het vooral om de attitude gaat waarmee men een tekst aanpakt. Met een beetje creativiteit is het vaak heel goed mogelijk een zin anders (niet-sexistisch) te formuleren.

Voorbeelden ( met minimale ingrepen)
1.    De therapeut mag en moet wetenschappelijke en emotionele voldoening beleven aan het omgaan met kinderen in het kader van zijn beroep. Zonder dat zou zijn werklust snel verdwijnen. De grens ligt daar waar hij zich een soort super-ouder dreigt te gaan voelen en/of surrogaat-ouder voor het kind wordt. Een belangrijk symptoom is dat hij zich over-identificeert met het kind en rivaliteit – veelal zich uitend in afwijzing - gaat voelen tegenover de ouders
Niet sexistisch: Therapeuten mogen en moeten wetenschappelijke en emotionele voldoening beleven aan het omgaan met kinderen in het kader van hun beroep. Zonder dat zou hun werklust snel verdwijnen. De grens ligt daar waar de therapeut zich een soort super-ouder dreigt te gaan voelen en/of een surrogaat-ouder voor het kind wordt. Belangrijke symptomen daarvan zijn overidentificatie met het kind en rivaliteitsgevoelens - veelal zich uitend in afwijzing - jegens de ouders.
[Dit is de eenvoudigste oplossing: het gebruik van meervouden. In de laatste zin is een neutrale alternatieve formulering gevonden.]
2.    De opgenomen ouder zelf is geen gesprekspartner bij het inschatten van zijn mogelijkheden. Er wordt niet over zijn ouderrol gesproken nu hij patiënt is.
De opgenomen ouders zijn zelf geen gesprekspartner bij het inschatten van hun mogelijkheden. Hun ouderrol blijft onbesproken zolang zij patiënt zijn.
Of: De ouderrol blijft onbesproken zolang de ouder in de patiëntenrol verkeert.
[In de eerste herschrijving zijn alle enkelvouden in meervouden omgezet. Zoals blijkt uit de tweede herschrijving kan de tweede zin ook heel goed in het enkelvoud worden geherformuleerd.. Dit houdt de tekst flexibeler]
3.    De ouderbegeleider die geleerd heeft te reflecteren op zijn werk neemt waar dat er iets onbewusts in hem meevribeert en komt door het bestuderen van zijn reacties iets te weten over de dilemma’s van de ouder die hij begeleidt. Zijn eigen reactie op die ouder leert hem welk oud, onbewust gevecht van de ouder nu wordt uitgevochten tussen ouder en kind.
De ouderbegeleider die geleerd heeft te reflecteren op zichzelf en het eigen werk, neemt ook waar dat er van binnen iets onbewusts meevibreert en komt door het bestuderen van deze reactie iets te weten over de dilemma’s van de begeleide ouder. De eigen reactie op de ouder verheldert welk oud, onbewust gevecht van de ouder nu wordt uitgevochten tussen ouder en kind.
[Hier werden bezittelijk en persoonlijk voornaamwoord op verschillende manieren vervangen. Doordat het in deze zin heel duidelijk was over wie het ging, kon ‘zijn’ worden vervangen door ‘ de (of het) eigen’ ; ‘in hem’ door ‘van binnen’. Voor ‘leert hem’ werd een neutraal alternatief gevonden: ‘verheldert’.]
4.    Toegespitst op de situatie van het kind: het gestoord raken van de belevingsorganisatie kan leiden tot een aantasting van zijn aandeel in de opvoedingsgemeenschap. Hij gaat zich onaangepast, onverantwoordelijk of onbegrijpelijk gedragen.
Toegespitst op de situatie van het kind: het gestoord raken van de belevingsorganisatie kan leiden toe een aantasting van het aandeel van het kind in de opvoedingsgemeenschap en tot onaangepast, onverantwoordelijk of onbegrijpelijk gedrag.
[Hier is ‘zijn’ vervangen door de persoon om wie het gaat, namelijk ‘ het kind’ en zijn de twee zinnen samengevoegd.]
5.    Dit kan helpen om de negatieve gevoelens die het kind in zijn spel tot uitdrukking brengt te reduceren. De therapeut kan door zijn meeleven met het spel en door zijn verwoordingen, zijn uitroepen en stemveranderingen dit aspect versterken.
Dit kan helpen om de negatieve gevoelens die het kind in het spel tot uitdrukking brengt te reduceren. De therapeut kan door meeleven met het spel en door verwoordingen,  uitroepen en stemveranderingen dit aspect versterken.
[Omdat duidelijk is over wiens spel het hier gaat kan ‘zijn’ door ‘het’ worden vervangen. Bij de therapeut kon het bezittelijk voornaamwoord eenvoudig worden weggelaten zonder verlies van betekenis.]

 

Richtlijn voor het anonimiseren van cliëntengegevens
(bij het publiceren van een casus)
Alice van der Pas (2000)


Wie een gevalsbeschrijving publiceert kan ter verantwoording worden geroepen door de baas, door collega’s, kind of ouders. De enige veilige aanpak is dan ook om te schrijven alsof zij allen de casus ter inzage krijgen voordat hij wordt gepubliceerd. Daartoe volgen enkele richtlijnen.

De baas
De baas is eindverantwoordelijk voor wat werknemers doen en laten met cliënten, ook als ze over hen publiceren. Zolang de medewerker daarbij ‘professioneel’  handelt en overeenkomstig het privacyreglement van de instelling, is de baas formeel gedekt. Ter voorkoming van trammelant achteraf, kan men de baas het beste tevoren op de hoogte stellen.
Zijn er richtlijnen, zoals soms bij universiteiten, die de goede naam en faam van de instelling beschermen, en daarmee ook de cliënt, dan hebben baas en auteur daar rekening mee te houden.

Collega’s
Teamgenoten en de professionals elders, die anderszins bij een casus betrokken zijn geweest, kunnen het oneens zijn, terecht of ten onrechte, met een voorstelling van zaken die mede henzelf betreft: hun verwijzing, behandeling of visie op de casus. Het lijkt prudent om het concept te toetsen bij betrokken teamleden en collega’s.

Missers van collega’s en andere instellingen kunnen worden vermeld als dat gebeurt met respect voor hun goede bedoelingen: ’Nu we inmiddels weten hoezeer zowel de ouders als Jan klem zaten vanwege hun gevoelens van verplichting tegenover de zwaar gehandicapte Peter, waren – achteraf gezien – gezinsgesprekken misschien nuttiger geweest dan therapie voor Jan.’

Kind en ouders
Ten aanzien van het (grotere) kind geldt in principe hetzelfde als ten aanzien van ouders. Allen hebben ze recht op bescherming van hun privacy. Daarover het volgende.

Privacy betekent iets anders voor een dossier dan voor een artikel. Het cruciale verschil is de ‘ link’ van privacy gevoelig materiaal met identificerende gegevens. In het dossier is die vanzelfsprekend, zeker als het diagnostische informatie betreft. In een artikel moet die link juist ongedaan worden gemaakt.

Een tweede verschil is dat sommige intieme gegevens, heel persoonlijke mededelingen of letterlijke uitspraken in een instellingsdossier niet thuishoren: ze komen onder teveel ogen, en je weet nooit wie zoiets later nog eens in een rapport aan weet-ik-wie verwerkt. Of een boze uitspraak van Jan over vader, tijdens een psychologisch onderzoek, wordt ( per ongeluk, uit oenigheid of om vader even te pakken) aan de ouders overgebriefd. Voor een artikel is dat soort informatie echter onmisbaar.

Juist persoonlijke gegevens, mededelingen en uitspraken geven aan wat interessant is voor het thema dat de auteur beschrijft. Neem het zinnetje: ‘Ilse werd ons kasplantje’  waarmee ouders hun overbescherming van het kind aanduiden. Het spreekt boekdelen.
Dat zinnetje identificeert hen echter alleen voor henzelf – niet voor hun kennissen, buren en familie. Het kan rustig blijven staan mits en op voorwaarde dat a- de rest van het verhaal grondig is geanonimiseerd en dat b- zowel beide ouders als het kind er mee bekend zijn dat dit is gezegd. Het moet gedeelde informatie zijn.
Gedetailleerde informatie over de medische fout waardoor Paulien gehandicapt werd geboren, daarentegen is wél herkenbaar voor buren, kennissen en familie. Zij hebben allen het geruchtmakende verhaal gehoord van de gynaecoloog die de fout eerst toegaf en toen ontkende enzovoort. Die informatie moet dus achterwege blijven: ‘medische fout’ is voldoende informatie; en Paulien wordt Karel.

Anonimiseren is niet alleen een kwestie van weglaten of veranderen van gegevens; ook iets erbij verzinnen dat betekenisloos is maar wel opvalt als ‘ gegeven’ is zeer effectief. Over Amersfoortse cliënten in een flat kan men terloops vermelden dat in de Achterhoek wonen en dat vader veel in de tuin werkt. Dit ‘fictionaliseren’ van een casus, liefst met treffende details, werkt heel goed.

Toestemming vragen
Een mooi principe maar bedrieglijk: het is voor cliënten – gezien de behandelrelatie – moeilijk om nee te zeggen. Ze weten bovendien nooit – en kunnen dat niet weten- waar ze ja op zeggen. ‘Informed consent’ in de strikte zin van het woord is niet mogelijk. Ook de auteur weet trouwens niet welk eigen leven een gevalsbeschrijving gaat leiden.

En is het wel zo’n eer om een interessant geval te zijn? Is het niet hoe dan ook onaangenaam om jezelf met problematiek en al beschreven te zien, en zeker je kind?
En vormen de dilemma’s en missers van een behandelaar en de beschouwingen achteraf, zoals wij die er graag bij zetten, ook voor ouders aangename leesstof? Is het leuk om te lezen welk meningsverschil jouw hulpverlener en het team hadden?
Met het oog op dit laatste moeten meningsverschillen die ooit zijn gerezen tussen ouders en hulpverleners worden vermeld, en worden de eigen visie en handelwijzen met gepaste bescheidenheid weergegeven.

Val cliënten dus niet lastig met een verzoek om toestemming voor iets waarvan je ook zelf de consequenties niet overziet, noch in de hand hebt. Voorkom echter met alle middelen dat het ongewenste consequenties kan hebben.

Anders gezegd:
Buren, familie en kennissen mogen ouders en kind niet kunnen herkennen in je artikel. Het gaat over heel andere mensen – als lijkt het probleem van de buren wel wat op dat van die mensen in de casus……
Ouders en kind, daarentegen, moeten het artikel bij wijze van spreken kunnen lezen. Dat kan altijd als feiten en proces respectvol en realistisch worden weergegeven. Niet lelijker en niet mooier.
De veiligste aanpak is dus om te schrijven alsof alle direct en indirect betrokkenen de casus ter inzage krijgen voordat het wordt gepubliceerd.